Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Nieuwe Wet Natuurbescherming

Hieronder de verwachte implicaties van de nieuwe Wet Natuurbescherming (situatie 14-6-2016). De tekst is grotendeels afkomstig van de website van Ecologica (www.ecologica.eu).

Samenvatting wijzigingen natuurwetgeving; situatie 14 juni 2016
Mede doordat de nieuwe wet gebaseerd blijft op de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, kan in grote lijnen gesteld worden, dat de basis zeer vergelijkbaar blijft met de huidige wetgeving. De verbodsbepalingen en definities uit de Habitat- en Vogelrichtlijn dienen door de lidstaten te worden opgenomen of geïntegreerd in de nationale wetgeving. De jurisprudentie over de verbodsbepalingen en definities die in de richtlijnen worden gehanteerd, zorgen dat er in principe geen andere interpretatie zal ontstaan door de nieuwe Wet Natuurbescherming. Niettemin gaan de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet op in één nieuwe wet, al blijven het hierin zeer herkenbare losse hoofdstukken. De grote lijn blijft dus gelijk, maar er zullen desalniettemin diverse relevante zaken wel veranderen. De belangrijkste voorgenomen veranderingen hebben we hier op een rij gezet.

 

Algemeen

  • Veel verantwoordelijkheden gaan naar de Provincies, waaronder vrijwel alle ontheffingen, vergunningen, meldingen, handhaving en uitvoering van het beleid.
  • Vooral met betrekking tot de soortenbescherming zal de decentralisatie naar de provincies leiden tot verschillende uitwerkingen van de soortenbescherming per provincie. In de beantwoording van vragen van de Kamers aan de Staatssecretaris is door de Staatssecretaris expliciet aangegeven dat regionale verschillen beoogd zijn door de decentralisatie, zodat beter recht wordt gedaan aan regionale verschillen in beheer en het bereiken van natuurdoelstellingen.
  • Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor verlenen ontheffing en vrijstelling voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen Tracéwet, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij, activiteiten Koninklijk Huis, etc. Het rijk moet dus ook een eigenstandig vrijstellingsbesluit opstellen, naast de verordeningen van de provincies!
  • In de huidige wettekst is opgenomen dat, indien een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden, de ontheffingsaanvragen voor soorten en de vergunningaanvragen voor gebieden verplicht aanhaken bij de omgevingsvergunning. Nu is dat optioneel. De gemeente wordt dan het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, voor het onderdeel natuur blijft de provincie het bevoegd gezag en toetst inhoudelijk omgevingsvergunningen met een component natuur. De gemeente is verantwoordelijk voor de volledigheidstoets, wat naar verwachting leidt tot een verhoging aan aanvragen voor een omgevingsvergunning met een component natuur. Er is echter recent een brief van de Stas EZ aan de Kamers verstuurd met het voorstel deze verplichting toch te schrappen.
  • De beslistermijn op ontheffings- of vergunningsaanvragen is gelijk getrokken en wordt wettelijk 13 weken met maximaal 7 weken verlenging. Binnen de omgevingsvergunning zal de termijn (uitgebreide procedure) 26 weken blijven. Ook de bezwaar- en beroepsprocedures zijn gelijkgetrokken: beroepen in het kader van een omgevingsvergunning worden eerst bij de regionale rechtbank behandeld, waarna bij een vervolgprocedure een beroep bij de Raad van State wordt behandeld.

 

Gebiedenbescherming

  • Beschermde Natuurmonumenten vervallen. Deze vallen vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus via deze wegen indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate.
  • Binnen de bestaande aanwijzingsbesluiten vervallen complementaire doelen en ontwikkeldoelen (= nationale doelen bovenop de Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnvereisten).
  • Voor uitvoering van maatregelen ten behoeve van Natura2000-doelen en uitgewerkt in een vastgesteld beheerplan is geen vergunning meer nodig in het kader van de nieuwe wet. Deze maatregelen, waaronder de PAS maatregelen (!), moeten wel worden getoetst op het effect op instandhoudingsdoelstellingen voordat de maatregelen (en eventuele mitigatie) kunnen worden opgenomen in een vast te stellen beheerplan.
  • Er is tevens geen ontheffing nodig voor beschermde soorten voor maatregelen in vastgestelde beheerplannen ten behoeve van Natura 2000-doelen. Ook voor soorten geldt dat de maatregelen onveranderd moeten worden getoetst en de zorgplicht van toepassing blijft.
  • De huidige PAS is onveranderd opgenomen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Besluit Natuurbescherming, behorende bij de nieuwe wet.
  • Indien een plan is beoordeeld in een ander kader, hoeft er geen nieuwe passende beoordeling te worden opgesteld (als er niets is veranderd aan uitgangspunten). Tevens is er geen verplichting meer om een MER op te stellen bij de noodzaak van een passende beoordeling. Dit laatste is overigens wel een verplichting in andere wetgeving (waaronder de Wet Milieubeheer), zodat alsnog een passende beoordeling moet worden opgesteld bij een plan-MER.

 

Soortenbescherming

  • De verbodsbepalingen met betrekking tot de bescherming van soorten lijken in grote lijnen onveranderd te blijven, alleen is de term ‘opzettelijk’ toegevoegd bij verstoren/doden etc. Hieronder moet echter ook de zogenaamde ‘voorwaardelijke’ opzet worden verstaan. Dus als de initiatiefnemer zich er bewust van zou moeten zijn dat zijn handelingen kunnen leiden tot het overtreden van verbodsbepalingen, is er sprake van ‘opzettelijk’.
  • Een belangrijk verschil tussen de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten en de ‘andere soorten’ (nationaal beschermde soorten, Bijlage onderdeel A en B) is dat voor de nationaal beschermde soorten geen verbod is opgenomen om deze opzettelijk te verontrusten. Uiteraard is het wel verboden om deze soorten opzettelijk te doden, vangen, plukken of vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen.
  • Volgens de wetgever is de intentie van de wet om beter aan te sluiten op de Europese richtlijnen en verdragen. Er wordt onder meer aangegeven met betrekking tot de Vogelrichtlijn, dat verstoring van nesten alleen nog verboden is indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is (wezenlijke invloed populatie) (art. 3.1). Voor vernielen of wegnemen van nesten geldt onverkort dat dit niet mag als het nest in gebruik is (in het broedseizoen). Hoewel deze intentie wellicht is toegelicht in de Memorie van Toelichting en de vele Kamerstukken, staat in een andere verbodsartikel een verwijzing opgenomen naar de Conventie van Bern, Bijlage II (met onder meer vogelsoorten) (art. 3.5). Het lijkt erop dat voor deze lijst vogels er toch onverkort een verbodsbepaling gaat gelden op het verstoren van nesten, ook al komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding (vergelijkbaar met de huidige situatie).
  • De lijst met beschermde soorten verandert flink, met name op het gebied van vissen, insecten en planten. Ook ernstig bedreigde en bedreigde dagvlinders en libellen zijn toegevoegd. De soorten zoals opgenomen in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Bijlage IV en de Conventies van Bern (Bijlage I en II) en Bonn (Bijlage I) veranderen natuurlijk niet en blijven streng beschermd. Voor een overzicht van beschermde soorten, klik hier.
  • Grote verandering is dat een vrijstelling van de verbodsbepalingen nu ook voor ruimtelijke ingrepen gaat gelden voor zowel Vogel- als Habitatrichtlijnsoorten als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Nu geldt dat alleen voor bestendig gebruik en beheer. Dit heeft dus grote gevolgen in de procedures met betrekking tot bijvoorbeeld vleermuizen, gierzwaluw en huismus.
  • In principe geldt voor alle opgenomen nationaal beschermde soorten (additioneel op de Europees beschermde soorten) een ontheffingplicht (ook algemene soorten als konijn en bruine kikker!). De soorten zijn niet ingedeeld in categorieën. Vrijstellingsregelingen dienen door de provincies zelf te worden opgesteld (vergelijkbaar met de huidige Tabel 1, 2 en 3). Op dit moment zijn de provincies hard bezig met het opstellen van vrijstellingsverordeningen zodat vóór de inwerkingtreding van de wet vrijstellingsverordeningen zijn vastgesteld. De provincie Noord-Holland heeft reeds ontwerpverordeningen ter inzage gelegd (tot 24 juni). Hoewel in de wet de mogelijkheid tot een systeem van meldingen is opgenomen voor nationaal beschermde soorten, heeft het Ministerie uitgesproken hier vooralsnog geen gebruik van te maken.
  • Voor zowel Europees beschermde soorten als nationaal beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Er zal minder worden uitgegaan van effecten op het individu. Dit lijkt aan de ene kant meer ruimte te bieden (want mitigerende en compenserende maatregelen zijn dan ook mogelijk op populatieniveau), maar aan de andere kant is wel inzicht nodig in de staat van instandhouding van populaties (mogelijk uitgebreidere onderzoeken).

 

Bescherming bossen

  • De herplantplicht van bos geldt niet voor maatregelen ten behoeve van natuurontwikkelingen (in het kader van het halen van instandhoudingsdoelstellingen N2000 en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen), creëren of onderhoud van brandgangen of houtkap voor biomassaplantages. Ook kunnen provincies vrijstellingsregels opstellen voor de herplantplicht.
  • Voor boskap geldt een meldingplicht zoals nu ook bestaat, tenzij wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode. Dat laatste is een nieuw instrument.

 

Opmerkingen bij wat niet verandert

  • Voor zover beleid op nationaal niveau moet worden uitgewerkt, blijft het rijk verantwoordelijk.
  • Natura2000, Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden, doelstellingen, beheerplannen etc. zullen niet direct veranderen.
  • Zorgplicht blijft, wel iets anders geformuleerd.
  • Vermoedelijk blijft de huidige benadering van jaarrond beschermde nesten van vogels onveranderd; het fenomeen ‘vogels met jaarrond beschermde nesten’ volgt uit uitspraken van het Europees Hof. Of en hoe de provincies de huidige lijst blijven hanteren, is vooralsnog onduidelijk.
  • Gedragscodes blijven onveranderd van toepassing, al is hiervan natuurlijk wel een actualisatie nodig om ze optimaal te kunnen blijven benutten (b.v. door de verandering van soorten). Goedkeuring en verlenen van vrijstellingen middels gedragscodes blijft ook onder het gezag van het ministerie. Overigens is het nog wel de vraag hoe de provincies de vrijstellingen van de nu licht beschermde soorten gaan regelen. Ook dat zal invloed hebben op de inhoud van gedragscodes. Zeker als er per provincie aparte vrijstellingsregelingen worden opgesteld, zal de geldige toepassing van landelijke gedragscodes worden ondermijnt.
  • De ‘Lex silencio positivo’ (dat er automatisch ontheffing wordt verleend als er geen besluit is genomen) is uit een eerdere versie van het voorstel geschrapt en zal dus ook in de nieuwe wet niet gelden.

 

Planning

Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer behandeld en aangenomen per 1 juli 2015. Na de behandeling zijn de wijzigingen doorgevoerd die per moties zijn ingediend. De nieuwe wettekst is in de tweede helft van 2015 voorgelegd aan de Eerste Kamer die het wetsvoorstel heeft beoordeeld op uitvoerbaarheid en haalbaarheid. De Eerste Kamer heeft onlangs op 15 december 2015 de wet aangenomen. De wet is op 19 januari 2016 officieel gepubliceerd in het Staatsblad. Wat volgt is het regelen van de nadere uitwerking middels AmvB’s, programma’s en dergelijke en de afkondiging en inwerkingtreding van de wet door plaatsing in de Staatscourant. Veel onderdelen van de wet moeten daarnaast door de afzonderlijke Gedeputeerde Staten worden uitgewerkt in verordeningen of vrijstellingsregelingen. De huidige planning is als volgt:

  • Opstellen AMvB’s en internetconsultatie:
  • Implementatie in provinciale regelgeving:
  • Inwerkingtreding:
eerste helft 2016
medio 2016
1 januari 2017