Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

FAQ

Vraag en antwoord
Op dit deel van de themasite vindt u veelgestelde vragen met de antwoorden daarop. Ook kunt u door het plaatsen van een vraag via het forum een discussie voeren. Collega-waterschappers kunnen u dan wellicht verder helpen. Mocht u een probleem hebben waar u niet uitkomt of waar geen reactie op komt via het forum, dan kunt u een e-mail sturen naar info@koemanenbijkerk.nl. Wij zullen u dan proberen verder te helpen.

Vraag: In hoeverre is de gedragscode van de waterschappen toepasbaar voor anderen dan de waterschappen zelf?

Antwoord: In beginsel is een gedragscode toepasbaar voor anderen, maar in het geval van de gedragscode voor de waterschappen moet rekening gehouden worden met onderstaande beperkingen.

Allereerst is de gedragscode specifiek toegesneden op de taken van de waterschappen: de uitvoering van werkzaamheden die tot doel hebben het watersysteem aan bepaalde eisen te laten voldoen. Er is goedkeuring aan de gedragscode verleend op grond van het bij wet genoemd belang. Dat betekent dus dat de gedragscode een vrijstellingsgrond kan bieden aan anderen, mits zij werkzaamheden uitvoeren ten behoeve van voornoemd waterstaatkundig belang. De woordvoerder van het voormalig ministerie van LNV is van mening dat bijvoorbeeld Natuurmonumenten, die tot taak heeft het natuurbeheer te dienen, niet zondermeer gedragsregels kan overnemen die zijn gekoppeld aan de adequate aan- en afvoer van water. Daarentegen kunnen de gedragsregels wel gelden voor derden, die werkzaamheden uitvoeren ten behoeve van een goede waterhuishouding, zoals onderhoudsplichtigen, die handelen in opdracht van het waterschap.

Voldoet men aan bovengenoemde voorwaarde, dan nog moet men voldoen aan aanvullende voorwaarden. Zo moet men kunnen aantonen dat daadwerkelijk volgens de gedragsregels wordt gewerkt. Bijvoorbeeld door de werkwijze te concretiseren in een onderhoudsplan en/of werkprotocollen. Die concretisering dient te berusten op gedegen ecologische deskundigheid en informatievoorziening over verspreiding van soorten, zoals in hoofdstuk 3 van de gedragscode is omschreven. Degenen die de gedragscode zouden willen overnemen, moeten aan die kwaliteitseisen voldoen. Voor particulieren is dat lastig (zie hieronder).

Als laatste ligt er nog een formele restrictie op de “overdraagbaarheid” van de gedragscode: het voormalig ministerie van LNV is van mening dat de gedragscode pas geldig is in het werkgebied van een waterschap, nadat een waterschapsbestuur daartoe een besluit heeft genomen.

Vraag: Wat betekent het bovenstaande nu voor de relatie tussen waterschap en onderhoudsplichtigen, zoals agrariërs en gemeenten die in opdracht van het waterschap onderhoudswerkzaamheden uitvoeren?

Antwoord: In paragraaf 2.3 van de gedragscode is gesteld dat de gedragscode geen doorwerking heeft naar derden. Het waterschap heeft namelijk niet de bevoegdheid derden plichten op te leggen die voortvloeien uit de Flora- en faunawet. Maar in de praktijk kan het wenselijk zijn derden onderhoudsplichtigen, vooral particulieren, te helpen aan die verplichtingen te voldoen. In de gedragscode is dat vormgegeven langs de weg van voorlichting en communicatie. Een alternatieve gedachtenlijn kan zijn om de relatie waterschap-onderhoudsplichtige minder vrijblijvend te benaderen volgens het principe van de ketenverantwoordelijkheid, zoals omschreven in paragraaf 4.1 van de gedragscode. Als tussenoplossing is het denkbaar dat het waterschap uitgewerkte protocollen aanbiedt, waarbij een evenwicht wordt gevonden tussen de verantwoordelijkheden van de uitvoerende onderhoudsplichtige en de ecologische deskundigheid van het waterschap. Maar allereerst dient een waterschap natuurlijk de eigen zaken op orde te hebben, voordat men ertoe overgaat derden actief aan te sturen.

Vraag: Kan de gedragscode ook ingezet worden als vrijstelling van de ontheffingsplicht bij het nemen van een peilbesluit?

Antwoord: Dat hangt ervan af. Bij de voorbereiding van het peilbesluit moet het waterschap (laten) onderzoeken welke gevolgen het peilbesluit heeft op te beschermen natuurwaarden. Daarbij is er een onderscheid te maken tussen de effecten van de peilverandering als zodanig en de uitvoering van werkzaamheden die nodig zijn om die peilverandering mogelijk te maken. Het eerste valt niet onder de reikwijdte van de gedragscode (zie paragraaf 2.2), het tweede vaak wel. De werkzaamheden die in aanmerking komen voor een vrijstelling en de gedragsregels die daarvoor gelden, zijn beschreven in paragraaf 2.5 en 4.3 van de gedragscode. Indien uit het natuurwaardenonderzoek blijkt dat het peilbesluit negatieve gevolgen heeft voor te beschermen natuurwaarden, dan moet ontheffing worden aangevraagd.

De provincie is het bevoegd gezag voor de goedkeuring van het peilbesluit, maar heeft geen bevoegdheid om ontheffing te verlenen voor de Flora- en faunawet. Het ministerie van EZ beveelt aan de ontheffing voor de FF wet te betrekken in de openbare voorbereidingsprocedure van het peilbesluit. EZ neemt dan eerst een ontwerpbesluit inzake de Flora- en faunawet, gevolgd door de gecombineerde ter inzage legging met het peilbesluit. Het is aan te bevelen de ecologisch adviseurs van Dienst Landelijk Gebied te betrekken in het vooroverleg.

Vraag: Sommige beschermde soorten zijn ten onrechte niet vermeld in de bijlagen van de gedragscode. Betekent dit nu dat; de gedragscode niet geldt voor die soorten en dat daarvoor ontheffing moet worden aangevraagd?

Antwoord: De gedragscode heeft betrekking op alle soorten die vallen onder het Vrijstellingenbesluit Flora en faunawet. Alleen de wet zelf en de daaronder hangende besluiten en beschikkingen hebben rechtskracht. De bijlagen van de gedragscode, of de lijsten van de LNV brochure ”Buiten aan het werk” hebben dat niet. Als er dus ten onrechte soorten ontbreken in bijlage 5 van de gedragscode, dan is de gedragscode desondanks geldig voor die soorten.

Vraag: Er is enige onduidelijkheid ontstaan over de tekst van paragraaf 4.2.3 van de Gedragscode: ‘Schonen van waterlopen en oevers (het natte profiel)’. In de betreffende tekst wordt de periode 1 november tot half maart niet genoemd, maar in de tabel op pagina 39 wordt bij ‘schonen van het natte profiel’ wel een tweede voorkeursperiode van 1 november tot half maart aangegeven. Staat de tekst ten onrechte niet in paragraaf 4.2.3 of is de tabel niet juist ingevuld?

Antwoord: De tekst in de gedragscode is op dit punt niet geheel consistent geformuleerd. In de praktijk zal dit niet veel problemen opleveren omdat er in deze periode nergens sloten gemaaid of gekorfd worden, omdat de vegetatie dan nog niet groeit en dus ook nog niet de doorstroming kan belemmeren. Maaien en korven in deze maanden is vanuit de algemene zorgplicht voor amfibieën en vissen ook niet aan te bevelen, maar mits zorgvuldig uitgevoerd niet onoverkomelijk. Vandaar dat de periode als tweede voorkeursperiode is aangegeven. Het punt is gemeld bij de Unie van Waterschappen en zal te zijner tijd worden meegenomen bij de evaluatie en herziening van de gedragscode.