Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Handhaving

Er zijn verschillende instanties die de Flora- en faunawet handhaven. Dienst Regelingen (DR) handhaaft de Flora- en faunawet vanuit het bestuursrecht. Dat betekent dat zij handhavend optreden door een overtreding te voorkomen, beëindigen of de schade te herstellen. Zij handhaven niet vanuit het strafrecht. Daarvoor zijn de politie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bevoegd. De NVWA gaat soms ook in opdracht van Dienst Regelingen ter plaatse om een project te controleren Ten slotte zijn er in Nederland zo'n 1.000 'groene' Bijzondere Opsporings Ambtenaren (BOA's). Zij kunnen verbaliserend optreden in het buitengebied. Voor een deel werken deze BOA's bij de provincies.

Wie een mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen ziet kan dit melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, of in het geval van een 'heterdaadje' bij de (milieu)politie (tel.0900-8844).

Aantoonbaar werken volgens de gedragscode
Een waterschap dat de gedragscode overneemt, verplicht zich om het zorgvuldig handelen ten aanzien van de juridisch zwaarder beschermde flora en fauna op hoofdlijnen te verankeren in zijn strategie en beleid. Dit kan bijvoorbeeld in het Waterbeheerplan en het Beheer– en Onderhoudsplan.

Het waterschap zal de bescherming van de juridisch zwaarder beschermde planten– en diersoorten en hun leefgebieden in redelijkheid leidend laten zijn bij de planning van beheeractiviteiten en inrichtingsprojecten, binnen de randvoorwaarden die primaire waterschapstaken, logistieke en financiële mogelijkheden stellen. Het waterschap maakt een overzicht van de juridisch zwaarder beschermde soorten waarvoor het waterschap gezien de verspreiding en de afhankelijkheid van het water(beheer)systeem een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Indien de gedragscode daar niet in voorziet, stelt het waterschap voor deze soorten aparte protocollen op.

Ecologisch werkprotocol
Waterschappen die met de gedragscode gaan werken, maken zelf werkprotocollen op basis van de gedragscode. Het waterschap maakt daartoe een overzicht van de zwaarder beschermde soorten en ontwikkelt een overzicht van soortbeschermende werkmethoden. Het werkprotocol omschrijft de functies van het biotoop voor de soort, de kwaliteit of kenmerken van een biotoop waarbinnen een lokale populatie duurzaam kan voortbestaan, de meest optimale beheerscyclus en welke mitigerende maatregelende in bepaalde biotopen mogelijk zijn.

Uitgangspunt voor de concrete uitwerking in werkprotocollen is de strategie: negatieve effecten voorkomen, effecten beperken, schade compenseren. Deze ‘trits’ betekent dat het waterschap allereerst probeert negatieve effecten te voorkomen door geen (of zo weinig mogelijk) werkzaamheden te verrichten in periodes waarin die soorten kwetsbaar zijn: tijdens de voortplantingstijd, de winterrust en/of migratie.

De bewijslast dat er wordt gehandeld conform een vrijstelling of ontheffing ligt bij de initiatiefnemer. Het is dus van belang dat uitgevoerd onderzoek en de wijze waarop werkzaamheden worden uitgevoerd, goed worden gedocumenteerd. Belangrijk bij het werken volgens de gedragscode is dan ook dat dit aantoonbaar gebeurt. Indien een waterschap bij bepaalde werkzaamheden niet aan de gedragsregels kan voldoen, dan dient ontheffing te worden aangevraagd. Het is aan het waterschap zelf om te bepalen of een ontheffingsaanvraag nodig is.

In alle gevallen is het noodzakelijk de naleving van de gedragscode goed te documenteren, zodat aangetoond kan worden dat volgens de gedragscode is gehandeld. De gedragscode biedt ruimte voor lokaal maatwerk, toegesneden op de lokale situatie en de soort waar het om gaat. Voorwaarde is dat op basis van een deskundigenoordeel onderbouwd kan worden dat geen afbreuk wordt gedaan aan het duurzaam voortbestaan van (populaties van) beschermde soorten, of zelfs beter is voor die soort(en).