Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Onderzoek en monitoring

De waterschappen die werken volgens de Gedragscode Flora- en Faunawet voor waterschappen baseren hun handelen op de beschikbare kennis over de ecologie en de bescherming van de soorten in hun werkgebied. Ze zorgen voor een overzicht van de juridisch zwaarder beschermde soorten. Als de gedragscode daar niet in voorziet, stelt het waterschap voor deze soorten aparte protocollen op.

Houdbaarheidsdatum van soortgegevens

De informatie over het voorkomen van beschermde soorten dient toereikend te zijn om als onderlegger te dienen voor het bedrijfsmatig organiseren van het beheer en onderhoud in een cyclisch regime van 5 tot 10 jaar. Bestaande gegevens worden optimaal gebruikt en ontbrekende informatie wordt aangevuld. De gebruikte verspreidingsgegevens zijn maximaal 10 jaar oud. De termijn kan variëren van 1 tot 10 jaar, afhankelijk van de te beschermen soort.

Inventarisaties kunnen per soortgroep of deelgebied gefaseerd worden uitgevoerd. De schaalgrootte van het onderzoek is maximaal 1 x 1 km en bij voorkeur meer gedetailleerd. De gegevens worden vastgelegd op een kaart. Eventuele markering in het veld is hierop aanvullend. Let op bij eventuele markering in het veld op de herkenbaarheid daarvan door predatoren. De inventarisatie van soorten gebeurt door een ecologisch deskundig persoon. Verspreidingsgegevens kunnen ook bestaan uit een kaart van de (potentieel) geschikte leefgebieden in combinatie met het voorkomen van de soort in de regio. De inventarisatie kan desgewenst eerst worden toegespitst op de kansrijke leefgebieden en later meer gebiedsdekkend worden gemaakt.

Ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting dienen de verspreidingsgegevens niet ouder te zijn dan maximaal drie jaar (tabel 3 soorten en vogels) en vijf jaar (tabel 2 soorten). Zo nodig worden die bij de voorbereiding van het plan ter plaatse en in de directe omgeving geactualiseerd.

Bij twijfel is de soort aanwezig

Als alternatief voor actuele verspreidingsgegevens wordt volstaan met een onderzoek naar het voorkomen van (potentieel) geschikte leefgebieden in combinatie met het voorkomen van de soort in de regio. Aldus wordt het fictief voorkomen van de beschermde soorten vastgesteld en gehandeld alsof de soort daadwerkelijk voorkomt in het gebied. Bij twijfel over het voorkomen van een soort wordt óf de soort als ‘aanwezig’ opgenomen óf er wordt nader onderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid uit te sluiten.

Hulpmiddelen bij kennisvoorziening

Onder medewerkers, maar ook naar opdrachtnemers en, waar zinvol, overige derden dient men te zorgen voor een goede kennis– en informatievoorziening over het voorkomen van beschermde soorten. Hiervoor kan men stappenplannen en checklists, databeheerssystemen voor flora en fauna, beeldmateriaal van beschermde soorten, cursussen, praktijktrainingen e.d. ontwikkelen of aanhaken bij landelijke databanken.

Aantonen van verspreidingsgegevens

Bij controle door een handhavende instantie dient men de gegevens over het voorkomen en de verspreiding van de juridisch zwaarder beschermde soorten in het werkgebied te kunnen tonen.

Vangen en verplaatsen van beschermde soorten

Soms moeten beschermde soorten voor inventarisatie of als onderdeel van een ontheffing gevangen of verplaatst worden. Het vangen van juridisch zwaarder beschermde soorten gebeurt uitsluitend door bevoegde personen. Het uitsteken van beschermde planten, het vangen van beschermde dieren en het elders terugplaatsen gebeurt onder begeleiding van en op aanwijzing van een ecologisch deskundig persoon met kennis van de betreffende soorten.